Mijn pleidooi voor de theïst

Als je mijn pleidooi voor de atheïst hebt gelezen dan weet je dat ik God zie als en absolute nietsheid of een absoluut potentieel. Maar ik ben ook van mening dat je kwaliteiten aan die absolute nietsheid zou kunnen verbinden die niet direct de kwalificatie van een nietsheid in het gedrang brengen of als een ietsheid zou kunnen worden gezien.

Hier een paar ongrijpbare kwaliteiten die bij God zouden kunnen passen.

Het totaal weten

Het frequentieloze nulpunt

De absolute nietsheid

Het eindeloos potentieel

De bewegingloze, tijdloze, vormloze leegte

De absolute stilte

Het ultieme mysterie

Omdat ik van mening ben dat dit enige kwalificaties zijn waarmee je God zou kunnen duiden zie ik mezelf niet als een atheïst.

Als de atheïst dan zegt dat God niet bestaat dan ben ik het daar weer wel mee eens. Een frequentieloos nulpunt kun je niet echt onder het bestaan rekenen. Een nietsheid is geen ietsheid. God (nietsheid) en de schepping (ietsheid) zijn onverenigbaar.

Ik denk dus dat ook de theïst een punt heeft als hij/zij beweert dat er zoiets is als een God. Ook al zou je God als een nietsheid zien dan kun je er, mijns inziens, nog altijd wel kwaliteiten aan verbinden, zoals ik hierboven heb gedaan. Voor mij zou er dus wel een God kunnen zijn alleen kunnen we die dan niet terugvinden in het bestaan. Je zou God dan kunnen voorstellen als het potentieel waaruit een vormloos basisbestaan is voortgekomen waarop het leven is geënt.

Maar het is en blijft een moeilijke discussie. Is er dan zoiets als “buiten het bestaan?” Kan er iets zijn buiten alle zijn? Is er een potentieel waaruit de schepping is geschapen? Is dat potentieel verantwoordelijk voor de schepping? Of, is er een eerste schepping die de totale schepping heeft mogelijk gemaakt? Allemaal vragen waarop we geen antwoord hebben.

Ik persoonlijk acht het laatste echter als meest waarschijnlijk. Ik vermoed dat er iets uit niets is ontstaan.

Dat lijkt me aan de ene kant totaal absurd en onbegrijpelijk maar aan de ander kant toch ook enigszins logisch. Als er niets is waarom zou er dan niet iets kunnen ontstaan? Het potentieel van niets is toch op zijn minst iets.

Door de hele geschiedenis heen zijn er mensen geweest die hierover een mening verkondigde. Maar hoe weet je wie het bij het juiste eind heeft? Ook ik pretendeer hier zeker niet dat ik het bij het juiste eind heb.

De meningen zijn hierover zeer verdeeld.

Volgens Wikipedia is het theïsme een godsdienstfilosofische opvatting die

  1. het bestaan van één of meer goden aanneemt, of
  2. met name één persoonlijke God of godheid erkent, die zowel transcendent als immanent is.

Transcendent betekent overstijgend. In de theologie kan dit zowel de eigenschappen van God of Goden betekenen als het bovennatuurlijke.

Immanent is dan het tegenovergestelde van transcendent. God is aanwezig binnen het bestaan.

Als God immanent aanwezig zou zijn dan wordt God als deel van de schepping gezien. Men spreekt dan eigenlijk van een persoonlijke God.

Als met transcenderen het ontstijgen van de schepping wordt bedoeld dan kan God geen deel zijn van de schepping.

In het theïsme is God blijkbaar zowel deel van de schepping als geen deel van de schepping.

Ik zie God dus niet als een persoon maar als een potentieel waaruit iets is ontstaan dat de basis vormt voor de schepping.

Nu zou je ook God zelf kunnen zien als basis voor de schepping. Maar ik hou het erop dat God enkel een potentieel is. Ik hoop dat je me dit niet kwalijk neemt.

Wetenschappers die verder durfde kijken dan hun traditionele soortgenoten beweren een veld te hebben ontdekt bestaande uit bepaalde basisgolven waarin of van waaruit de gehele schepping wordt geprojecteerd.

Aangezien ik geen wetenschapper ben kan ik niet beoordelen of de bewijzen die ze hebben gevonden om dit veld aannemelijk te maken echt sluitend zijn.

Maar als we ervan uitgaan dat er een of ander energetisch veld bestaat waarin creatie kan plaatsvinden en waaruit de schepping is voortgekomen wie is dan de schepper? Of is het veld zelf de scheppende kracht?

Een dergelijk energetisch veld zou dan waarschijnlijk in alles wat het schept alom tegenwoordig moeten zijn om van een scheppende kracht te kunnen spreken.

Als we de absolute nietsheid de kwaliteit van totaal weten toekennen dan zou het energetisch basisveld het totaal weten als een potentieel kunnen benutten.

Een potentieel heeft alleen waarde als het een tekort kan opvullen. We moeten er dan ook maar vanuit gaan dat het energetisch basisveld niets weet. Deze leegte van het niet weten vormt dan een aantrekkingskracht tot weten.

Nu vind ik “weten” een zeer mysterieus woord.

Weten is, net zoals alle andere kwaliteiten die ik aan God heb verbonden, ondefinieerbaar. Ik bedoel dan met weten het pure weten. Je kunt iets weten op het niveau van begrijpen. Je begrijpt hoe iets in elkaar zit. Dit betekent dat je er een aantal concepten over hebt verzameld of ontwikkeld die voor jou een kloppend geheel vormen.

Begrijpen speelt zich af in ons denkvermogen. Aan het pure weten komt geen denken te pas. Als je iets echt weet dan hoef je er niet meer over te denken. De functie van het denken is om tot weten te komen. Zodra je dat hebt bereikt heeft erover denken geen zin meer.

Hiermee hebben we het begrip weten zeker niet verklaard. Iets verklaren is namelijk een mentale oefening en het pure weten valt daar niet onder.

We kunnen God niet begrijpen als je God als puur weten ziet. Als je toch in een God wil geloven dan kun je er dus ook alleen maar in geloven. Je gaat het nooit weten, tenzij je tot puur weten komt en dan weet je dat je God bent.

In een God geloven zonder dat je hier ook maar enig bewijs voor hebt hoeft geen probleem te zijn. Het kan wel een probleem worden als je dat geloof mentaal gaat fixeren. Als je geloof in God een idee-fixe is dan kan je geloof in botsing komen met mensen die anders geloven.

Je wilt vasthouden aan jouw geloof en kan dan het geloof van anderen niet meer accepteren. De gevolgen hiervan zijn doorheen de hele geschiedenis van de mens terug te vinden.

Gefixeerd gedachtegoed is zeker niet iets dat alleen in religies een dominante rol speelt. Je vindt dit probleem terug in alle aspecten van de samenleving. Er zou geen strijdt zijn tussen mensen als gefixeerde ideeën niet zouden bestaan. Iedereen zou respect kunnen opbrengen voor andermans mening en er vrede mee hebben dat over iets op verschillende manieren wordt gedacht.

Wat ik hier schrijf over God zal bij menig gelovige niet in goede aarde vallen. Religieuze mensen zullen zich door dit gedachtegoed onmiddellijk aangevallen voelen. Zij zien andersdenkende als een bedreiging voor hun eigen geloof.

Ook spirituele mensen kunnen zich bedreigd voelen als ze hun geloof hebben gefixeerd.

We moeten nu ook niet gaan overdrijven door te denken dat je gedachten nooit mag fixeren. Anders zou je nergens meer in kunnen geloven. Geloven is niets anders dan gedachtefixatie. Je denkt dat iets zo is en daar hou je aan vast.

Als je gelooft dat je een goede baan kan vinden of een bepaald beroep kan leren uitoefenen maak je, denk ik, meer kans dan wanneer je daar niet in gelooft.

Gedachtefixatie kan, net zoals alles, positief of negatief worden gebruikt. Als je een baan zoekt en je gelooft niet dat je die kan vinden dan ben je jezelf aan het ondermijnen.

De conflicten die we als mensen in deze wereld ervaren worden alleen maar veroorzaakt door het op een irrationele manier vasthouden aan iets waarin je gelooft.

Als we ons geloof niet meer willen bijstellen omdat er teveel belangen mee gemoeid zijn of je leven erop gebaseerd is dan hebben we de perfecte reden om elkaar te bestrijden.

Gedachtefixatie kan dus leiden tot ruzie, oorlog en veel ellende. Maar het is ook nodig om iets te verwezenlijken.

Wat we uit dit alles zouden kunnen leren is dat je mag geloven wat je wilt geloven zolang je anderen of je omgeving er niet mee schaadt.

Zodra je handelt naar wat je geloofd mag het resultaat ervan jezelf, je  medemens of je omgeving niet schaden. Is dit wel het geval, dan zal je dat waarin je gelooft moeten herzien. Als we dit allemaal zo zouden praktiseren dan hebben we vrede op aarde en kunnen we werkelijk samen leven.

In een samenleving kun je alleen plezierig samen leven als gefixeerd gedachtegoed (geloof) niet schadelijk is voor die samenleving. Je geloof ontmantelen als het niet bijdraagt aan een betere samenleving is de allergrootste uitdaging waar de mens voor staat. Als wij falen om dit te leren zullen ruzie, oorlog en ellende ons blijven achtervolgen.

De zelfstandige naamwoorden nietsheid en ietsheid zijn geen officieel taalgebruik. Ze worden hier gebruikt ter verduidelijking.

Ik stel het zeer op prijs mocht je willen reageren op dit artikel. Mocht je er vragen over hebben dan ben ik zeker bereidt om die vragen te beantwoorden indien ik er een zinnig antwoord op denkt te kunnen geven.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.